Maine
Coon


De
Maine Coon is
na de Noorse Boskat
zo ongeveer het
oudste natuurlijke
kattenras. De
eerste Maine Coons
werden gezien
in New England,
dat bestaat uit
de staten Connecticut,
Maine, Massahussetts,New
Hampshire en Rhode
Island.
Over
het ontstaan van
de Maine Coon
bestaan verschillende
theorieën.
Deze theorie is
gebaseerd op het
feit dat de Maine
Coon sterk lijkt
op de Noorse Boskat.De
Vikingen zouden
op hun zeereizen,
katten meenemen,
om hoofdzakelijk
muizen en ratten
te vangen. Toen
ze naar Amerika
voeren en aan
land gingen, zijn
waarschijnlijk
enkele Noorse
Boskatten ontsnapt.
Deze katten leefden
verder in Amerika
en zodoende kan
de Maine Coon
zijn ontstaan.
Een
andere mogelijkheid
is dat de Turkse
Angora aan land
is gekomen in
Amerika en zich
heeft vermengt
met de wilde katten.
De Maine Coon
is een vrij grote,
robuuste gespierde
kat, die ook pas
met drie jarige
leeftijd volledig
is uitgegroeid.
Het eerste halfjaar
groeit de kat
vooral in de lengte,
hierna pas in
de breedte. Een
volwassen kater
weegt meestal
tussen de 5 en
9 kilo, een volwassen
poes tussen de
4 en 7 kilo..Maine
Coons hebben gespierde
poten, grote oren
(vaak met pluimpjes),
een vierkante
snuit en een stevige
kin. De vacht
is halflang, kort
in de nek en wat
langer in de buurt
van de borst (de
kraag). De achterpoten,
rond hun achterste
en de staart,
zijn ook veel
behaard. Vooral
de staart valt
op, bijna geen
enkel ander ras
heeft zo'n mooie
volle en zachte
staart
De kleuren zijn
erg uiteenlopend,
vrijwel de meeste
kleuren zijn tegenwoordig
toegestaan. Maar
het meest zie
je nog de Tabby
(in Nederland
ook wel gemarmerd
genoemd), die
dan rood-, bruin-
of zilverachtig
is.






