En
breng
mij waar
men hulp
mij bied
Èèn
bede slechts,
verlaat
mij niet!
Houd
mij zacht
pratend
tegen
je aan
Totdat
mijn ogen
breken
gaan...
Je
weet,
al is
het later
pas
Dat
dit voor
mijn bestwil
was
Al
gaf mijn
staart
een laatste
groet
Ik
lijd niet
meer,
en dat
is goed.
Treur
niet omdat
het lot
bewerkt
Dat
jij, juist
mijn tijd
beperkt
Wij
waren
toch elkaar
zo na!
Laat
dat je
troost
zijn als
ik ga.