Sheltie


Herkomst
De
Shetland Sheepdog,
door liefhebbers,
kortweg Sheltie
genoemd, is afkomstig
van de Shetland
Eilanden. De boeren
van de Shetland
Eilanden hadden
behoefte aan een
kleine, sterke
hond om hen te
helpen bij de
diverse werkzaamheden
op en rond de
boerderij. Het
werk van de Sheltie
bestond uit het
bijeen houden
van de kleine
kudde schapen,
het voorkomen
dat de schapen
zich aan de op
de akkers groeiende
gewassen te goed
deden en het waarschuwen
bij onraad door
te blaffen. Omdat
de boeren in tijd
van voedselschaarste
genoodzaakt waren
hun schapen op
kleine, onbewoonde
eilanden onder
te brengen, moest
de Sheltie in
staat zijn zelfstandig
te werken. Het
uiterlijk van
de hondjes was
voor de boeren
van geen belang.
Wel moesten ze
bestand zijn tegen
het klimaat, dat
getypeerd werd
door regen, storm
en mist. Omstreeks
1900 kreeg de
Sheltie meer bekendheid
buiten de Shetland
Eilanden. Bezoekers
raakte onder de
indruk van de
kleine, sierlijke
hondjes en namen
ze met zich mee.
Het uiterlijk
van de Sheltie
werd hierdoor
meer van belang.
De langharige
Schotse Collie
werd gebruikt
om meer eenheid
in type te verkrijgen.
In 1929 kwam de
eerste Sheltie
naar Nederland.

De
Shetland Sheepdog
of Sheltie is
een kleine, langharige
herdershond. Volgens
de officiële
standaard is de
ideale
schofthoogte voor
teefjes 35,5 cm
en voor reutjes
36,8 cm, maar
in
de praktijk komen
hoogten van 33
tot zelfs 45 cm
voor. De vacht
van
de Sheltie bestaat
uit een langharige
wat stugge bovenvacht
en een
kortere wollige
ondervacht. De
vacht verlangt
niet bijzonder
veel
onderhoud. De
kleuren van de
vacht zijn: Sable
en wit, deze hondjes
zijn overwegend
bruin met een
witte aftekening.
Het bruin kan
variëren
van goudkleurig
tot mahonie. Driekleur
of ook wel tricolor,
deze hondjes zijn
overwegend zwart
met een bruine
en witte
aftekening. Blue
merle, deze hondjes
zijn blauwgrijs
met zwarte
vlekjes en weer
dezelfde bruine
en witte aftekening.
Zwart-wit, deze
hondjes zijn overwegend
zwart met een
witte aftekening.

De Sheltie is
een opgewekte,
intelligente hond.
Hij is geïnteresseerd
in alles, wat
er om hem heen
gebeurt en bemoeit
zich overal mee.
Het is voor hem
heel belangrijk
te weten, dat
hij gewaardeerd
wordt. Daarom
probeert hij steeds
zijn baas een
plezier te doen.
Hij moet daartoe
zeker de gelegenheid
krijgen anders
zoekt hij er zelf
één.
Eén van
de van nature
aangegrepen gelegenheden
vormt het waken.
Wat de Sheltie
daarbij te kort
komt aan grootte,
wordt gecompenseerd
door zijn luidruchtigheid.
Met een goede
opvoeding is die
luidruchtigheid
wel wat in te
dammen, maar dit
vereist veel geduld
en doorzettingsvermogen.
Een Sheltie staat
gereserveerd ten
opzichte van vreemden.
Deze gereserveerdheid
mag niet verward
worden met angst.
Een echte Sheltie
kijkt de kat uit
de boom en blijft
op een afstand,
totdat hij ziet,
dat de vreemden
geaccepteerd worden
door zijn baas.
Hij beslist zelf
of hij naar hen
toe zal gaan.
Zo is ook een
goede begeleiding
bij de kennismaking
met kinderen van
groot belang.
Niet alle pups
komen immers bij
de fokker met
hen in contact.
Deze begeleiding
is noodzakelijk
om te voorkomen,
dat gereserveerdheid
omslaat in nerveus gedrag. Een Sheltie
heeft het nodig
de kameraad van
zijn baas te zijn.
Hij is nergens
gelukkiger dan
bij "zijn
mensen" en
kwijnt weg als
hij buiten gesloten
wordt. Dit houdt
in, dat hij niet
tot zijn recht
komt in een kennel.
Veel plezier beleeft
hij aan gedrag-
en gehoorzaamheidsoefeningen
of behendigheidstraining.
Ze bieden hem
de mogelijkheid
samen met zijn
baas iets te ondernemen
en hem te plezieren.
Een Sheltie moet
op een evenwichtige
wijze opgevoed
worden. Hij is
heel gevoelig
voor beloning
en het is dan
ook beter hem
te stimuleren op een
positieve manier
dan hem steeds
te moeten bestraffen.
Als hij te hard
bejegend wordt,
wordt hij onzeker.
Door deze spanning
zal hij het niet
meer kunnen begrijpen,
wat er van hem
verlangd wordt
en zijn vertrouwen
zal slechts met
veel moeite herwonnen
kunnen worden.
Een Sheltie is
een ideale
kameraad voor
iedereen, die
op een vriendschappelijke
wijze met zijn
hond kan omgaan.

In tegenstelling
tot wat zijn imposante
vacht doet vermoeden
vergt het onderhoud
van de Sheltie
niet veel inspanning.
Het
zachte haar achter
de oren dient
dagelijks doorgekamd
te
worden teneinde
klitten te voorkomen.
De vacht hoeft
slechts
éénmaal
in de week geborsteld
te worden, bij
voorkeur met een
pruikenborstel.
Als de hond in
de verharing gaat,
laat de
ondervacht van
de huid los. Dan
moet er veel vaker
geborsteld
worden om te voorkomen,
dat de onderwol
gaat vervilten.
Het
verdiend aanbeveling
om de oren van
de hond regelmatig
te
controleren en
indien nodig schoon
te maken. Ook
moet er voor
gewaakt worden,
dat de nagels
van de hond te
lang worden en
hem het lopen
bemoeilijken.
Bij ons wonen
twee Shelties,
Boy en Flamme.

